George Russell won de GP van Azerbeidzjan na een spannende slotfase. Max Verstappen kwam vanuit de achtste startpositie tot op een tiende van een seconde, maar vond geen weg voorbij de Mercedes. Isack Hadjar maakte zijn rentree na drie gemiste races compleet met de derde plaats.
Russell bouwde een voorsprong op
Russell vertrok vanaf pole en hield bij de start de leiding. Oscar Piastri schoof voorbij Charles Leclerc naar de tweede plaats, terwijl Verstappen zich vanuit de achtste positie een weg naar voren baande. Na zeven ronden reed de Nederlander al voor zijn teamgenoot Hadjar.
Vooraan vergrootte Russell zijn voorsprong gestaag. Piastri hield Verstappen intussen lange tijd achter zich, waardoor de Mercedes-rijder na dertig ronden elf seconden voorsprong had. Een rechtstreeks duel om de zege leek toen buiten bereik. Russell had zich in de kwalificatie al de poleposition verzekerd; kampioenschapsleider Kimi Antonelli moest na een crash in Q1 als zestiende starten.
Safetycar gooide de race open
In ronde 32 veranderde de wedstrijd. Alexander Albon schoot in de muur, waarna de safetycar uitrukte en het veld weer samenkwam. Bij de herstart ging het mis in de eerste bocht: Franco Colapinto verremde zich en botste met zijn Alpine-teamgenoot Pierre Gasly en Lando Norris. Alle drie vielen uit, waarna de safetycar opnieuw naar buiten kwam.
Verstappen had bij die herstart Piastri ingehaald en reed nu tweede. Toen de race opnieuw werd vrijgegeven, bleef hij binnen een seconde van Russell. Piastri viel door een remfout terug uit de punten, waardoor Hadjar naar de derde plaats opschoof.
Eén tiende aan de finish
Verstappen zette Russell in de laatste ronden onder druk, maar de Mercedes was snel genoeg op het lange rechte stuk om een aanval af te weren. Een incident met Valtteri Bottas zorgde in de slotronde voor gele vlaggen. Russell bereikte de finish uiteindelijk slechts een tiende van een seconde vóór Verstappen.
Hadjar werd derde bij zijn terugkeer na een polsblessure. Leclerc eindigde als vierde. Antonelli vocht zich ondanks vloerschade van de zestiende startplaats naar de vijfde positie en beperkte zo het puntenverlies tegenover zijn winnende teamgenoot. Hamilton werd zesde, gevolgd door Lindblad, Ocon, Bearman en Sainz.
In een notendop
Russell had het grootste deel van de race onder controle, maar moest na de safetycars tot de laatste meters voor de overwinning vechten. Zijn achterstand op Antonelli in het kampioenschap slonk volgens het aangeleverde raceverslag van 81 naar 66 punten.

