In 1975 rolden ze de fabriek uit: de Opel Ascona B en Manta B. Twee auto’s die meer deden dan rijden – ze werden een gevoel, een vibe. Nu, 50 jaar later, blikken we terug op deze iconen die sportiviteit, comfort en efficiëntie in een ongeziene mix wisten te brengen.
De tweede generatie: groter, strakker, beter
Toen de Ascona B en Manta B in de zomer van 1975 hun debuut maakten op de IAA in Frankfurt, was meteen duidelijk dat Opel het menens was. De Ascona B kreeg 20 cm extra lengte, 4 cm extra breedte en bijna 9 cm meer wielbasis. Resultaat? Meer binnenruimte, comfortabelere stoelen en een nog stabieler rijgedrag. De Manta B, op hetzelfde technische platform maar met een sportcoupé-lijn, bracht stijl én plaats voor vijf inzittenden – iets wat niet elke coupé in die tijd kon zeggen.
Slimme techniek en strakke looks
Aerodynamica speelde een sleutelrol: ondanks het grotere frontoppervlak daalde de luchtweerstand, net als het brandstofverbruik. De bredere glaspartijen gaven de auto een luchtiger gevoel en verbeterden het zicht rondom. De Manta B viel vooral op door zijn langgerekte silhouet, lage motorkap en karakteristieke rechthoekige koplampen.
Voor de sportievelingen: GT/E en de legendarische 400
De sportieve ziel van Opel leefde volop in deze generatie. De Manta GT/E, met zijn matzwarte motorkap, sportinterieur en 105 pk sterke motor, was toen al een auto voor de echte liefhebbers. Maar het cijfer dat rallyfans kippenvel bezorgde? 400.
De Ascona 400, met 2,4-liter DOHC-motor en 144 pk in straatversie, vormde de basis voor de rallyauto waarmee Walter Röhrl in 1982 wereldkampioen werd – de laatste keer dat een achterwielaangedreven wagen dit presteerde. In 1981 volgde de Manta 400, goed voor 280 pk in competitie-uitvoering, waarmee Opel ook in de rallywereld zijn stempel bleef drukken.
Een blijvende nalatenschap
De Manta B bleef maar liefst 13 jaar in productie – een record voor Opel. Met zijn cW-waarde van 0,352 was hij zelfs aerodynamischer dan menig sportwagen uit zijn tijd. Uiteindelijk gaf hij de fakkel door aan de Opel Calibra, die eind jaren ’80 uitgroeide tot dé coupé van de jaren ’90.
